Voederplaatsen
Leg de voederplaats aan op een plekje dat tegen het weer en katten beschut is. Begin pas te voederen wanneer de vogels ten gevolge van het weer nog slechts weinig voedselbronnen tot hun beschikking hebben. Maak de voederplaats regelmatig schoon en haal daarbij oude voedselresten weg. Dat beperkt de verspreiding van epidemieën, vooral salmonellavergiftiging. Voeder telkens slechts kleine beetjes en let erop dat het voer geschikt is. Zaadeters houden van zonnebloempitten, hennepzaad en graankorrels, terwijl zachtvoereters de voorkeur geven aan vetmengsels, havervlokken, fruit, rozijnen en wilde bessen. In geen geval mag u etensresten voeren. Specerijen en zout zijn schadelijk voor vogels. Stop bij het aanbreken van het voorjaar met voederen, zodat de vogels er stilaan weer aan wennen zelf naar voedsel te zoeken. |
