Nestkast mezen
De minimale vloeroppervlakte voor een mezennestkast is 10cm op 10cm. Dit is een ideale grootte voor deze kleine vogeltjes. Wanneer de vloeroppervlakte te groot zou zijn, dwingt dit de mees om een onnodige hoeveelheid nestmateriaal aan te slepen. Het vlieggat moet niet groot zijn. Een diameter van 3cm is ruim voldoende. De opening moet zich zo hoog mogelijk bij de bovenzijde bevinden (minstens 12,5cm). Indien dit niet zo is, zitten de jongen te dichtbij de opening en zijn een gemakkelijke prooi voor rovers.
De beste plaats om deze op te hangen is aan muren of aan bomen. Wanneer je deze in de maand oktober/november ophangt, hebben de bewoners voldoende tijd om deze te verkennen. Een mezennestkast hangt het beste tussen 1,5m en 1,8m boven de grond. De vliegopening naar het zuid-oosten tot oosten gericht. Hang niet te veel nestkasten bij elkaar. Mezen verdedigen hun territorium sterk en zijn zeer agressief op dit vlak. 3 tot 4 per 4000m² is ideaal. Het mannetje zoekt enkele nesten en laat deze aan het vrouwtje zien. Het vrouwtje kiest het beste nest en begint aan het nestelen. Een koolmees legt 8-10 eieren en een pimpelmees 7-14. Ze leggen maximum 1 ei per dag. Hun broedtijd is zo’n 13-14 dagen. Daarna komen de jongen uit en 20 dagen later verlaten ze het nest.
![]() |
![]() |
![]() |



